Een stilleven roept om onze aandacht. Door aandacht te schenken (wat een mooie uitdrukking) zal men ook daadwerkelijk aan iets denken, dat is immers de essentie van aandacht. Een tuin als een stilleven doet ons denken en door zijn verstilde verschijning doet hij aan iets anders denken dan aan het normale, het alledaagse. Wij dwalen weg, we dromen, we mijmeren… De tuin is een plaats of een mogelijkheid voor meditatie, een plaats voor contemplatie, het overpeinzen en beschouwen. We hoeven niet direct in een zen-tuin verzeild te raken, maar de verbeelding van het bijzondere (het goddelijke?) van de gewone dingen is ook al iets wat ons zal verheffen tot een ander soort kijken naar een dergelijke stilleventuin. Door het gewone kan men namelijk het buitengewone zichtbaar maken. De beroemde Karesansui zen-tuin in Japan is daar een goed voorbeeld van, hoe met slechts enkele stenen op een aangeharkt grindbed een onbekende fascinatie ontstaat. Het zichtbaar willen maken van iets anders dan wat er aanwezig is, is een wens die wij allemaal hebben, ook om te realiseren in de tuin: de tuin staat voor iets anders. Voor het leven, voor de natuur, voor rust of gezondheid. Het is een poging te verwerkelijken, een beeld te maken. Beeld verwijst naar verbeelding. Het verbeelden laat de geest werken, maakt van het gewone iets buitengewoons. Daardoor kunnen wij in een tuin, die als een stilleven is geschapen, weer in contact komen met het buitengewone in de dingen, door ze aandachtig te beschouwen. Dat heeft iets plezierig plechtigs, iets dat ons met eerbied doet vervullen. Zoals de geschilderde stillevens uit de 17de eeuw de vergankelijkheid des levens zinnebeelden, zo kan onze tuin als een allegorie worden beschouwd en een compositie zijn van het eigen leven. Een frappant aspect zou kunnen zijn dat men de tuin niet mag (of kan) betreden. Kan enkel bekeken worden. Er is dus een letterlijke afstand, een grens, want men is fysiek in een andere ruimte. Dat kan de woonkamer zijn, de keuken, de slaapkamer of zelfs onder het afdakje van de schuur. Zolang wij maar gescheiden zijn van de tuin zal het kijken ernaar eerder een beschouwen zijn dan een bekijken. En terwijl wij kijken, denken we. En terwijl we denken, zweeft onze geest weg, op zoek naar ons zelf. Mooi toch, zo’n tuin.