De blaadjes van de katzuraboom straalden vandaag nog meer licht uit. Een heldere zacht gele gloed alsof ze van perkament zijn gemaakt, van de fijnste materie, als hosties van een onbekend geloof.
Waarom zijn ze zo mooi? Waarom vertederen ze? Ze hoeven niets of niemand meer te lokken, geen bijtje, geen vogeltje, geen heks of demon. Waarom dan toch zijn herfstkleuren zo teder en breekbaar?
Overal aan de druivenranken hangen trosjes en ook dat verwijst naar iets herfstigs, net zoals de kastanjes die glimmen in de opengebarsten bolsters. Ook een herfstgevoel. Al die diepe geuren van bosgrond of verse bospaddestoelen. Maar geen is zo krachtig en broos tegelijk als de uitstraling van de katzuraboom. Dat hij nog lang in de tuin mag blijven staan.