Luttele dagen. Las ik vandaag in een artikel in de krant. Als ik zoiets lees wil ik het onmiddellijk gebruiken, dus schrijf ik het hier alvast op. Luttele dagen. Luttel komt uit het Engels, van het woord little en van het Hoogduitse lützel, daarnaast van het Nederlandse lutje, Een duidelijk affectief woord schrijft Van Dale, gezien de varianten; verwanten buiten het Germaans zijn niet gevonden. Komt voor het eerst voor in onze taal in het jaar 1200. Daarvoor hadden ze geen luttel en bijgevolg ook geen luttele dagen. Misschien was alles toen veel of ze zagen alles als veel. Luttel betekent weinig. Over luttele dagen zal deze mooie herfst ten einde zijn en het gure weer aanbreken. Luttele uren waren de geliefden bij elkaar alvorens zij moesten scheidden. Luttele minuten resten mij nog voor de klok middernacht zal slaan. Als ik de tijd had zou ik een roman schrijven met als titel Luttele Dagen.
Schroom. Ik las ook het woord schroom. Een niet alledaags woord. Schroom is het gevoel dat voor een handeling doet terugdeinzen. Onze politici zouden wat meer schroom moeten betrachten dacht ik opeens. Een zin met luttele woorden maar een diepe betekenis, want dan zouden we niet in deze cafédemocratie terecht zijn gekomen. Maar nu dwaal ik af en als ik eerlijk ben las ik eigenlijk niet het woord schroom in dat artikel maar het woord pudeur, hetgeen ik niet kende en opzocht. Eigenaardig genoeg klinkt het helemaal niet als schroom, integendeel, eerder als het tegenovergestelde, maar het betekent het wel.
Ik heb pudeur u te vertellen dat ik vandaag niet in de tuin ben, al was het maar voor een luttel ogenblik.