Door een verloren foto was ik in het land van de Vlaamse schrijver Stijn Streuvels (1871-1969). U kent hem waarschijnlijk van titels als De Vlasschaard of De teleurgang van de Waterhoek. Ik bezit bijna zijn volledige werk in een mooie reeks uitgaven uit 1877, te koop geweest voor 1,5 florijn per deeltje. Mijn favoriete deel is Najaar, met daarin Najaar, De Boomen, Jacht en De Aanslag. Uren en dagen heb ik al in die boeken gelezen om te proberen te begrijpen hoe de meester schreef en waarom het toch zo mooi is wat hij schreef. De beschrijvingen van bepaalde dingen, waarom juist die adjectieven, juist die bijvoeglijke naamwoorden.
Een van zijn geliefde thema’s dat telkens naar voren komt is ‘verlangen naar verandering en treurnis om het veranderen'. Dit gaat gepaard met de voortgang van de tijd. Wat vindt u van: … teedere heugenis; met eene zachte lichtschemering omneveld; het zonnebeeld dat opwielt in de lucht; toen de dag doezelig uitstierf …
Ik kan nog steeds urenlang die woorden proeven en alhoewel ze verouderd zijn, hebben ze een zodanige breedte in hun betekenis dat ze moeilijk in ‘hedendaagse woorden’ te vangen of te vertalen zijn.
Zo is ook het glooiende Streuvels land, tussen Kortrijk en Kluisbergen, met Ingooigem als hoogtepunt waar Streuvels woonde en begraven ligt. Zijn huis, Het Lijsternest, is nu een museum. Helaas maar tot 1 november open. Ik heb nu nog steeds een onvervalste bewondering voor de schrijver, die voor mij als een abstract figuur is, verbonden aan het Vlaamse heuvelland.