Een ingewikkeld soort genoegen overkomt mij altijd bij het bladeren in fotomagazines die op elke hotelkamer te vinden zijn. Zelfs tot in de duurste en meest exclusieve hotels ter wereld. Ze zijn dan in een wat duurdere uitvoering uitgewerkt en vormgegeven tot een boekwerk. Over het algemeen dragen deze periodieken een vertederende naam, zoals Bienvenido, Welcome, Willkommen, Bienvenue. De verzameling artikelen die erin te vinden is, heeft de bedoeling licht onderhoudend te zijn.
Het zijn gidsen over de stad waar men op dat ogenblik verblijft, met allemaal schijnbaar nuttige adressen erin opgenomen. In de eerste minuten van mijn verblijf in die nog vreemde hotelkamer, in dat nog onbekende hotel, in die uitheemse stad, sta ik direct in zo’n tijdschrift te bladeren op zoek naar foto’s van wat ik straks moet gaan zien. Foto’s van zaken waarvan ik op voorhand thuis al wist dat ik ze zou gaan bekijken om ze zelf te fotograferen. Een rare gang van zaken, nietwaar? Dus roep ik al na drie of vier pagina’s bladerwerk uit: nee, nee, nee! Ik stop het tijdschrift vervolgens eerst in een lade - die altijd te vinden zijn op hotelkamers -, haal het er dan weer uit en stop het heel diep weg in mijn ‘bureaukoffer’. Later, eenmaal thuis, zal ik het daar als bij toeval terugvinden en blij zijn met de ontdekking. Ik zal blij zijn omdat ik enkele van mijn eigen foto’s bij een vergelijk toch spannender vind dan die in het magazine; ik zal kwaad worden omdat ik achteraf constateer dat ik op een aantal plaatsen niet ben geweest, plaatsen die mij prachtige beelden zouden hebben opgebracht en ik zal blij vervuld worden van de gedachte dat ik bijgevolg binnenkort weer terug zal moeten gaan om die missende foto’s vooralsnog te maken. Eind goed al goed en het tijdschrift mag op de grote stapel oud papier. Niet eerder.