Wij noemen hem in onze gewone mensentaal de solitair. Een boom die alleen staat in het landschap. Een solitair.
Een woord dat net iets langzamer en nadrukkelijker wordt uitgesproken dan gewoonlijk. Meestal staat het woord aan het einde van een zin, nooit vooraan en zeker niet middenin. Men zegt niet: een solitair is een sterke boom. Men zegt: het zijn sterke bomen die solitairen. Is het uit bewondering? Is het uit ontzag? Waarschijnlijk, want onze hoogachting is groot voor alles en voor allen die alleenstaand op de wereld kunnen bestaan. Alleen, maar nooit in eenzaamheid. Dus wel solitair maar nooit in solitude.
Hij stáát daar niet alleen in het landschap, de solitaire boom, hij bepáált het hele landschap rondom hem. In het Duits noemt men dat zo mooi een Raumbilder. Een woord dat moeilijk te vertalen is, zoals met meer Duitse woorden. Die woorden bestonden al lang voor wij mensen op de aarde verschenen. Gestaltungsmittel is ook zo een woord. De boom als Gestaltungsmittel, de boom als Raumbilder. U snapt het meteen. Als u het niet snapt is dat waarschijnlijk omdat u het niet wilt snappen en dan hoeft het dus ook niet te worden vertaald. Dan moet u ook niet afreizen naar het land met bomen als Raumbilder. Waar de aarde vruchtbaar is, waar de aarde glooiend onder de hemel ligt. Want daar, op die uitgestrekte akkerlanden, staan de solitairen als ridders op hun eigen grond. Ze zwijgen, maar niet omdat ze niet kunnen spreken. Ze zwijgen omdat alleen al hun aanwezigheid in het landschap zoveel vertelt. Omdat hun bestaan op die akkers verwijst naar het mensenleven. Een mooier symboliek van is ons mensen niet zo vaak gegeven.