Mooie vraag om aan een klas pubers te stellen. Ja jij meisje, welke boom zou jij willen zijn? Een lindeboom, ja, die zijn mooi. Een beetje treurig, maar dat mag. Je tovert mensen beter met je kruidige thee en je zoete geuren in de zomeravond.
En jij jongeman? Een taxus nog wel! Dan heb je nog tweeduizend jaar te leven en kun je veel wijsheid verzamelen. Word je nog slimmer dan de eiken en die zijn al zo slim.
Een beuk? Nee, niet de beuken, die doen maar alsof. Want die verzamelen niet zoveel, die geven alles weg. Zoals de kastanjes, ook niet zo’n slimme bomen. Beetje vaag, beetje snob. Ah, wat hoor ik daar achterin de klas? Een ceder? Ja dat is wel wat nietwaar. Die hebben ouderdom en wijsheid bij elkaar. Ze zijn wat droevig maar tegelijk ook blij, ze houden van de Middellandse zee-zon, van de stoffige zomeravonden en van de zware sneeuwval die ze makkelijk op hun takken kunnen dragen. Dus alle tegenslagen zul je overwinnen. Oh de meidoorn hoor ik daar ook. Dat is heel wat anders, die springt door het leven en vergeet alle zorgen. Dat is vriend. Iets uit de Franse literatuur.
Zo niet de es die jij daar kiest, die is wat traag en stug, die wil niet zo, heeft moeite met alles en iedereen. Last van verandering.
Zo had ik best een uurtje hebben kletsen met de klas, maar ze waren al bij de fietsen.