Het is licht en luchtig buiten, de zon warmt alles op en maakt het hoofd helder. Argeloos loopt de tuinbezitter in alle vroegte zijn tuin in naar het schuurtje om eitjes te halen voor het ontbijt. Hij is nog in pyjama en wil slechts snel heen en weer. Maar daar wordt zijn blik getroffen door een bosje longkruid dat al in volle bloei staat, daar kijk, tegen het bakstenen muurtje aan. En de kleine boom achterin heeft alle knoppen open, dat was gisteren nog niet. Hé de gunnera staat mooi uit en is omgeven door de gele bloemetjes van het speenkruid. Ach wat stom dat die takken er nog liggen en die paar stenen daar die moet ik zo toch even opzij leggen. Dan kan ik meteen die bladeren … en die dode tak afzagen …en die sprietjes weghalen … en …
Nog geen twee minuten later staat de onschuldige tuinbezitter met een snel aangetrokken spijkerbroek en een losse trui, ongeschoren in de tuin te werken. De eitjes liggen wat verloren op het aanrecht. Dat kan als lunch ook nog wel, hij heeft toch een vrije dag vandaag waarin hij de belastingen zou doen (kan morgen ook nog net), de brief naar oma schrijven en het laatste boekenweekgeschenk lezen van hoeheetdieookalweer? Van Keuken? Het was iets met koken, toch?
Waarom is het leven toch zo heerlijk zorgeloos als we in de tuin werken? Waarom vergeten we alles en lijken die problemen niet zo belangrijk meer? Waarom voel je die splinter altijd pas morgen? En vooral waarom doen we het dan niet elke dag? Waarom pas gewacht tot het bijna te laat is, om dan niet meer te willen ophouden? Het is net zoiets als naar de kapper gaan.
Juist, therapeutisch.
Ik ben een gelukkig mens. Dat is niet altijd even duidelijk, maar dat komt hoofdzakelijk door mezelf, omdat ik last heb het te tonen. Ik verval dan in schijnvertoningen of hou me vast aan onbenullige pietluttigheden waarvan het bestaan niet eens de moeite waard is ze te vermelden.
Weg ermee.
Neen, in ernst, ik ben een gelukkig mens. Er zijn diverse redenen om dit te staven, zowel van causale aard, als van implicatieve, van oorzaak en van gevolg.
Dat ik fijne kinderen heb die ik af en toe kan zien. Dat het wielerseizoen weer volop bezig is. Dat de computer is uitgevonden zodat ik een dagenlang kan zitten schrijven. Dat er mensen zijn die willen lezen wat ik heb geschreven. Dat er zoveel mooie plekken zijn op de wereld. Dat de wereld zo groot is. Dat jullie er allemaal zijn. Dat ik les mag geven en ontwerpers kan coachen.
Tja, zo kan ik nog ene wijle door blijven gaan.
Gelukkig.
Zag die automobilist het nou echt niet? De veren vlogen in de rondte en van de duif was geen spoor meer te zien. Daarnet nog zaten ze met z’n tweeën op de weg. Toegegeven, midden op de weg. Wie zit er nou midden op de weg …
Helemaal in elkaar opgaand, dat ze geen notie hadden van het verkeer. Hoe zou je zelf zijn …
Verliefd natuurlijk, misschien voor het eerst en dan nog wel op zo’n mooie tortelduif. En dan, pats boem, een auto. Een Frans merk, ik zal de naam niet noemen.
Ik van mijn kant probeerde nog te redden wat er te redden viel … stoppen, remmen … Dus die ene moet het gered hebben. Maar ja, wat heeft hij of zij eraan als de andere morsdood is gereden. Ik had beter ook niet geremd. Waren ze nu samen in de tortelduivenhemel. Maar ja, ik had weer zo’n romantische inslag, moest zo nodig respect hebben voor de anderen.
In mijn achteruitkijkspiegel keek ik de automobilist van de andere zijde na en zag nog wel duidelijk dat zij blonde haren had.

Oh dat licht. Waren jullie ook zo blij dat het licht er weer is? En dan, straks, als grote apotheose de zomertijd die maakt dat we om zeven uur ‘s avonds nog mooi in het late zonnelicht kunnen zitten en eens denken welk boek we ter hand nemen, om als een koning over de tijd te heersen en te triomferen. Als een geschenk van de goden? Nee, als een geschenk van de mensen. De zomertijd is een echte uitvinding van de mensen. De wintertijd ook maar dat doet er nu even niet toe, laat me het verhaal positief houden.
Het is net zo positief als Europa dat 60 jaar bestaat. Ik heb het uitgebreid gevierd. In m’n eentje weliswaar want in Nederland zijn niet zoveel overtuigde Europeanen te vinden, maar het was wel feest. Ik heb mezelf een extra gedroogde vijg getrakteerd. Er zijn niet zoveel dagen die je uit vrije wil kunt vieren, de meeste zijn verplicht. Kerst en Pasen, Koninginnedag of 11 juli, je eigen verjaardag of de bevrijding. Allemaal vaststaand. Ik heb Europa er zelf bijgezet en vind dat het feest van Europa dat verdient.
In de avond is het goed om thee uit eigen tuin te drinken. Er zijn allerhande soorten mogelijk, van munt tot citroenmelisse. Van Rozenbottel tot salie, van brandnetel tot lavendel. Kent u ook Verveine? De naam klinkt als een liedje van Julien Clerc, maar het is een aardige plant met een wat verwaaid voorkomen en prachtig tegenoverstaand blad. Lippia citriodora heet de plant officieel, oftewel citroenverbena. Let op, niet de plant ijzerhard, dat is Verbena officinalis, die worden nogal eens verward. Goed voor de spijsvertering, ’s avonds na de maaltijd. Helpt bij krampen, indigestie, levercongestie, angst, slapeloosheid, nervositeit, stress en koorts. Zo kan men het cognacje laten staan, de Verveine neemt het over en de geest blijft fris.
Wat u misschien niet wist, is dat er ook een Verveine type is. Psychologisch dus. Dat type is gevoelig. Heeft een heel klein hartje dat gemakkelijk gekwetst wordt. Houdt er van om te beminnen en bemind te worden. Aha, u herkent uzelf? Dan moet u opletten geen misbruik te laten maken van uw innerlijke gevoelens. Drink daarom Verveine thee, die verdrijft melancholie en geeft gezelligheid en liefde.
Maar niet te veel, want de thee maakt u ondernemend op sentimenteel en amoureus vlak.
Het is begonnen of beter gezegd het is aan het beginnen. De lucht klaart op, de wolken scheuren uiteen, de hemel wordt af en toe open en blauw, de ooievaars stappen weer rond, de koeien zijn naar buiten. We zagen ze zelfs in het televisiejournaal, springend en dartel zoals alleen zotten kunnen reageren op het feit dat ze leven. Puur voor het plezier er te zijn en te voelen dat je er bent. Vorige zomer zag ik hoog in de Zwitserse Alpen een zelfde beeld na een onverwachtse zomerse sneeuwval. De koeien kwamen de cabannes weer uit, de schuilhutten die daar hoog tussen de rotsige alpenweiden zijn opgetrokken en vergaapten zich aan die nieuwe weelde om weer te mogen rondspringen. Het zijn dan plots heel andere dieren, die hun achterpoten hoog laten opspringen terwijl ze dwars en stout de wereld aanschouwen met hun viffe oogjes. Ze dagen uit, ze durven, ze willen. Dat is toch niet meteen het beeld dat je van de doorsnee koe hebt.
Zouden wij in de ogen van andere wezens ook zulke veranderingen ondergaan waar wij ons niet bewust van zijn? Worden wij ook zo dartel en jong en bokkig? Zo vol levenslust en energie. Ik wel, u ook? Dat belooft voor de volgende dagen…
Gefeliciteerd met de officiële aanvang van de lente. Al is er niet veel van te zien. Een alternatief, terwijl de tuinklussen buiten blijven liggen, is om binnenshuis aandacht te besteden aan de ‘schone kunst’ van het bloemschikken.
Het schikken in een vaas is een fijnzinnig en subtiel spel van evenwicht en elegantie, dat men uitvoert met die zaken die de natuur ons op dit moment biedt, of waar de bloemschikker oog voor heeft als zij of hij buiten rondstapt om te plukken, te rapen of te snoeien. Door dit te doen oefent men het oog door die kleine subtiele nuances op te merken die zich in de natuur voordoen. Men speurt naar kleurverschillen, naar die aparte tak, die bijzonder gevormde kronkel. Men zoekt naar overgebleven vruchtjes, zaaddozen of bottels; men kijkt naar knopjes en katjes. Op de grond een stuk schors, ruwe eik, zachte plataan of witte berk. Een grillige tak. Het spannende spel wat er uit zal ontluiken. Ooit wel eens een magnoliatak in huis zien openbloeien, een paardenkastanje z’n blad zien maken? Er gaan nieuwe werelden open als men achter al die geheimen komt die verscholen zitten in die simpele takken aan boom of struik en die siergrassen zijn plots andere wezens die je nooit op deze manier hebt opgemerkt.
Combineer dat alles nou eens met enkele lievelingsbloemen en probeer daar een aardse simpelheid mee te toveren, of een lijnenspel waarin met fragiele details het gevoel wordt weergegeven dat de tuin op dit moment van het jaar zou gegeven hebben. In het Zenboeddhisme staat het bloemschikken tot de tuin, zoals de tuin tot de wereld staat. Schenk uzelf een kopje groene thee in en wees gelukkig.
Ik wens iedereen een mooie lentetijd.
Twee lindebomen stonden op een rivierduin
Op slechts meters van elkaar
Versmolten tot een geheel
Voor elke wandelaar of fietser die voorbij kwam
Leek het er maar één.
Alleen diegene die de bomen had geplant
Die wist wel beter
Want lindebomen groeien niet spontaan in de uiterwaard.
Was het om iets te gedenken
Het heengaan van een geliefde misschien?
Of de dood van een dierbare, verdronken in de rivier?
Niemand die het nu nog weet, want de bomen zijn al oud
Maar zwijgen als hun wordt gevraagd
ons het verhaal te vertellen hoe het ooit begon.
Afgelopen woensdag reed ik op de snelweg naar Amsterdam en voelde me erg vervreemd van onze wereld. Ik bedoel de wereld die wij vormgeven, niet de aarde zelf, want daar is niks mis mee, of misschien dat het wat veel regent af en toe en er teveel muggen zijn.
Nee, ik voel me unheimisch als ik zie hoe onze wereld wordt herontworpen, groots en megalomaan, alles gericht om de vorm en de vorm gericht om de functie te verdoezelen. Zoals die A2 snelweg die ons van Utrecht naar Amsterdam voert. Vroeger een gezellig kneuterig snelweggetje, wat plassen en populierenbosjes langs de kant, een mooi ouderwets tankstationnetje, zodat je wist dat ginder ergens Vinkeveen lag, een molentje, een bord dat naar Schiphol wees (maar daar moest je niet heen, dat was alleen voor vakantie of als een familielid uit het buitenland terugkwam), tot we uiteindelijk bij Amsterdam aankwamen, gewoon op het einde van de snelweg, met een parkeerplaatsje rechts en een hotelletje. Dan de Amstel over en de stad in.
Nu is alles oversized, achtbaanbreed, met hoge lichtmasten tot in de hemel en golvende geluidsschermen in felle kleuren. Daartussen bewegen de auto’s en de vrachtwagens (alhoewel ze heel dikwijls stilstaan) en als je goed kijkt zie je dat daarin mensen zitten, opgesloten als gevangenen. Ik heb gezwaaid, maar niemand zwaaide terug. Neen, het is mijn wereld niet.
Vanaf mijn favoriete plek achter het raam zal ik buiten de weersveranderingen in de gaten houden. Met daarbij horende belichtingseffecten, variërend van bijna duister tot jagend licht en alles daartussen. Er zullen prachtige foto’s gemaakt worden door diegenen die ervoor op uit getrokken waren.
Ik zal om zeven uur al wakker in bed zitten en Marcel Proust herlezen. Als je ooit wilt weten hoe men een bloeiende meidoorn beschrijft raad ik je aan om Proust te lezen. Alhoewel, ik zag in een Franse krant een advertentie voor de nieuwe roman van Jean-Marc Parisis waarin staat: ‘Hoe het geluid van een bandje van een bh weergeven dat terugklakt op een schouder? Niks vals vertellen, geen trucs verzinnen, dat is de opgave.’
Zou het boek net zo evocerend zijn als de advertentie? Ik zou dat wel willen kunnen. Op een juiste manier kunnen schrijven over twijfel, weergeven hoe een hand stilhoudt in de lucht, als ze enkele bloemen wil aanwijzen aan de verkoopster om een boeket samen te stellen. Maar dan vertwijfelt stopt. Schijnbaar zonder reden. Maar in werkelijkheid de bloemkleuren afwegend tegen het interieur waar ze zullen komen te staan en overwegend of ze zullen accorderen met het temperament van de ontvangster. Nee, doet u toch die witte narcissen. Hoe zei u alweer dat ze heten, Comtesse de Douceur?
Zo zal ik de rest van de dag doorbrengen, wat heen en weer stoeiend tussen allerhande gedachten en mijmeringen die nergens heenvoeren maar een plezier op zich zijn.
Maar ik wil helemaal geen nieuwe auto, zeker niet een die af en toe onverwachts in slow motion begint te rijden. Ik heb helemaal geen hond en wil dus die brokjes niet, ik ben niet zwanger of wil er niet jonger uitzien, ga niet met de goedkoopste vliegreis weg naar een plek waar ik helemaal niet wil zijn om daarvoor die zonnebrandolie te kopen die zo zal blijken te stinken. Ik wil geen ander huis en dus geen hypotheek en ik lust die koekjes niet en dat drankje al helemaal niet.
Waarom kijk ik nog televisie?
Morgen kan je jouw burgerplicht opnemen door je stem uit te brengen op een partij of een persoon, waarvan jij vindt dat die de volgende vier jaar jouw zienswijze moet verdedigen en op die manier het land moet leiden. Dat is best een grote verantwoordelijkheid, want dat betekent dat je niet moet afgeleid worden in je keuze door oppervlakkige argumenten of egoïstische doelen. Je keuze moet immers in het belang van iedereen gemaakt worden, ook van diegenen waar jij zelf niet veel mee gemeen hebt, maar vindt dat ook zij er beter van zullen worden als jouw opvatting aan de macht komt.
Gisteren zag ik een gesprek met Claude Lelouch, de Franse regisseur van wereldberoemde films als Un homme et une femme en Les uns et les autres. Kent iedereen ze? Hij werd geïnterviewd omdat er een nieuwe film van hem uit komt: Chacun sa vie. Deed me denken aan een documentaire met hem die ik jaren geleden zag.
Hij vertelde daarin zo mooi hoe hij bij het zien van één beeld op een strand aan de Atlantische Oceaan op de gedachte van een hele film kwam. Spontaan en natuurlijk. Hij zag een vrouw met een kindje en een hond wandelen op het strand. Het was zes uur in de ochtend en de zon kwam op, het licht was betoverend. En daar was de film, helemaal klaar. Hij moest hem alleen nog opschrijven en dan even maken. Wij kennen hem nu allemaal die film als Un homme et une femme, honderden miljoenen mensen kennen hem.
Was die vrouw nou toevallig ziek geweest die dag, of had ze net haar schoentje niet kunnen vinden, had het kindje nog even naar het toilet gemoeten, ze was te laat geweest voor haar rendez-vous met de geschiedenis. Lelouch was voorbij gelopen en had niets gezien. Hij was nooit op de gedachte van de film gekomen. Hij had hem niet geschreven en niet gemaakt. Wij hadden hem niet gezien. Honderden miljoenen mensen hadden die film van honderdentwee minuten niet gezien. Dat zijn miljarden minuten in de geschiedenis van de mensheid. Allemaal door een vrouw die ’s morgens om zes uur op het strand wandelde.
Het is tijd voor de katjes. Niet om elkaar af te snauwen, niet voor het donker, niet voor de jonge poesjes, maar voor de aarachtige, eenslachtige bloemen in de dicht bezette bloeiwijze van de wilg. We noemen ze zo omdat het lijkt of ze een kattevelletje hebben, net zo zacht. Het zijn net mini knuffelbeestjes die rustig op hun takje blijven zitten. Je kunt ze aanraken en mag ze zelfs beroeren en dat is in onze moderne wereld lang niet altijd en overal het geval. Stap maar eens een winkel of supermarkt binnen. Alles is ingepakt, wel zichtbaar voor het oog maar onbereikbaar voor de vingers. Voelen is iets uit den boze, niemand koopt nog iets waar iedereen met de vingers aangezeten heeft. De wereld moet rein en maagdelijk zijn. Maar aan het katje mag je voelen; ze liefelijk strelen, ze zachtjes liefkozen.
In deze wat zachtere dagen zijn ze er plotseling overal, de wilgenkatjes. Samen met de hazelaarskatjes. Deze laatste vallen wel heel sterk op omdat ze met zo velen zijn en een nieuwe kleur toevoegen aan het winterbeeld van de tuin of van de gemeenteplantsoenen, oranjecremebruin zouden we het oneerbiedig kunnen noemen, maar dan anders. De wilgenkatjes hebben een jong zilvergrijs als attractiewaarde, als u begrijpt wat ik bedoel. Het is een echt biologisch moment, zoals de natuurliefhebbers een bijzondere observatie noemen, die ons frappeert en waarbij we enige reflectie over het eigen bestaan kunnen hebben. De winter is opeens verdwenen, nog even en het zonnetje begint te schijnen en de eerste winterbijen en zelfs vlinders verschijnen ten tonele, de stinsenplanten zullen overal tevoorschijn komen.
We snijden wat takken, goed voor de verjonging van de wilg of de hazelaar en schikken ze thuis in een vaas. Ben je een melancholisch ingesteld iemand, dan snij je er wat elzentakjes bij. De gele sliertige hangertjes van de els openen zich langzaam en laten het stuifmeel op de tafel of de kast vallen. De bruinzwarte elzenproppen blijven bewegingsloos en droevig hangen alsof ze kijken hoe alles in de wereld verder gaat. Er is heel wat literatuur over de christelijke symboliek bij het bloemschikken te vinden, voor als je een diepere inhoud wilt geven aan je compositie, maar simpelweg mooi vinden of denken, ‘ehé de lente komt eraan’, dat mag natuurlijk ook.
Vergeet niet, het belangrijkste blijven de wilgenkatjes, waar je in het voorbijgaan eventjes over mag strelen.